Bestemmingen

Waarom Nederlanders massaal Montenegro ontdekken

· 6 min leestijd

Montenegro staat al een paar jaar op de radar van avontuurlijke reizigers, maar in 2026 trekt het echt door. Reisorganisaties zien de boekingen met meer dan 30 procent stijgen ten opzichte van vorig jaar. Wie er eenmaal geweest is, snapt precies waarom.

Het land is klein - in twee uur rijd je van de kust naar de bergen - maar biedt een combinatie die je op weinig plekken in Europa tegenkomt: een UNESCO-werelderfgoedstad met Venetiaanse muren, een kustlijn die de vergelijking met de Adriatische top doorstaat, en bergruggen die in de zomer bijna verlaten zijn. En dat alles voor prijzen die je in Kroatië of Griekenland allang niet meer vindt.

Kotor en de baai die je niet snel vergeet

De Baai van Kotor is het visitekaartje van Montenegro - en terecht. Het is de enige fjord in Zuid-Europa: een lange, kronkelende waterweg omgeven door steile berghellingen. Vanuit de auto, de boot of de kajak zie je steeds een andere kant van hetzelfde landschap.

De stad Kotor zelf heeft al eeuwen een sterke band met Venetië, en dat is goed te zien: smalle steegjes, middeleeuwse pleinen, stadspoorten met sierlijk beeldhouwwerk. Binnen de oude muren zijn de straatjes zo nauw dat je elkaar nauwelijks passeert. Beklim je de vesting bovenop de rots - ongeveer 1.200 treden, een uur klimmen - dan heb je zicht over de hele baai.

Perast, een dorp iets noordelijker, is nog rustiger. Vlak voor de kade liggen twee eilandjes: Sint-Joris en Onze-Lieve-Vrouw van de Rots. Met een taxi-bootje ben je er voor een paar euro. Het tweede eiland is kunstmatig aangelegd door zeelieden die eeuwenlang stenen gooiden op de plek waar ze een icoon hadden gevonden.

Budva en de kustlijn verder zuidwaarts

Budva is het levendigere zusje van Kotor. Ook een oude stad, ook muren, maar buiten die muren vind je terrassen, muziek en een strandleven dat pas na middernacht afrolt. Wie dat wil, zit hier goed. Wie rust zoekt, rijdt beter door naar Sveti Stefan of Petrovac.

Sveti Stefan is een voormalig vissersdorpje op een rotseiland, verbonden met de kust via een smalle landengte. Het dorp zelf is tegenwoordig een luxehotel, maar de omliggende stranden zijn gewoon toegankelijk. Het uitzicht op het oranjeroze eilandje vanuit de omringende heuvels is een van de meest gefotografeerde plekjes van heel Montenegro.

Petrovac, nog wat zuidelijker, trekt meer families en mensen die gewoon willen bijkomen. Een beschutte baai, een haventje, rustiger kroegen. Vergelijkbare plekken in Europa vragen inmiddels stevige prijzen, maar in Petrovac eet je goed voor 15 euro per persoon inclusief wijn.

Durmitor voor wie ook bergen wil

Durmitor is het berggebied in het noorden en een van de mooiste bergparken van de westelijke Balkan. De Tara-kloof snijdt er 1.300 meter diep door het landschap - dieper dan de Grand Canyon - en via wildwaterkajakken of raften trek je er doorheen. De rivier de Tara geldt als een van de schoonste in Europa.

Rond het stadje Zabljak, op 1.450 meter hoogte, liggen goede wandelroutes en verrassend comfortabele pensions. In de zomer zijn de avonden hier fris, zelfs als het aan de kust 35 graden is. Wie iets bijzonders wil bieden aan zijn reisgezelschap, combineert een paar dagen kust met een paar nachten Durmitor.

Ben je ook benieuwd naar andere opkomende Balkanlanden? Albanië trekt steeds meer Nederlanders die iets nieuws zoeken - een stap ruwer dan Montenegro, maar daardoor ook uniek.

Wat het kost

Montenegro is geen spotgoedkoop land meer, zeker niet in de toeristische centra aan de kust. Maar vergeleken met de Amalfikust, Dubrovnik of de Griekse eilanden scheelt het aanzienlijk. Een tweepersoons appartement in Kotor kost in het hoogseizoen tussen de 60 en 100 euro per nacht. Een maaltijd in een lokaal restaurant buiten het circuit: 10 tot 15 euro per persoon inclusief wijn.

Vluchten naar Tivat, de luchthaven vlak bij de baai, zijn beschikbaar vanuit Amsterdam via verbindingsvluchten. Soms is het goedkoper om via Dubrovnik te vliegen en van daaruit een auto te huren - het zijn twee uur rijden naar de Montenegrijnse grens. Vergelijk beide opties voordat je boekt.

Wie ook de Griekse eilanden overweegt: Naxos, Paros en Lefkada zijn minder druk dan Santorini, maar kosten inmiddels meer dan Montenegro voor dezelfde soort vakantie.

Wanneer gaan en wat je moet weten

Mei en begin juni zijn ideaal: warm genoeg, de zee al op temperatuur, maar voor het hoogseizoen. Juli en augustus zijn druk en heet, zeker in Kotor - de smalle stadsstraten houden de warmte vast. September is de favoriet van de kenner: minder toeristen, warm water, lagere prijzen.

Als EU-burger heb je geen visum nodig. De munteenheid is de euro, ook al is Montenegro geen EU-lid. Betalen met een Europese pas werkt overal in hotels en restaurants; in kleine dorpen is cash handiger. Check altijd het actuele reisadvies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken voordat je vertrekt.

Montenegro zien voordat het echt druk wordt

De stad Kotor heeft het hoogseizoen al te pakken: cruiseschepen komen er elke zomer in grote aantallen aan. De lokale autoriteiten overwegen beperkingen voor cruisepassagiers, vergelijkbaar met de regels die Dubrovnik al heeft ingevoerd voor dagtoeristen.

De komende jaren zal de druk op de populairste plekken verder toenemen. Wie Montenegro wil zien zoals het nu is - een tikje ruig, nog betaalbaar, niet overstroomd - gaat het beste nu. Slovenië dachten we ook stil te houden, totdat iedere Nederlandse reisblog er opeens over schreef.

K
Geschreven door Kai Jansen Reis redacteur

Kai pakte op zijn negentiende een enkele reis naar Zuidoost-Azië en kwam pas een jaar later terug, met duizenden foto's en het besef dat hij nooit meer een kantoorbaan wilde. Sindsdien combineert hij fotografie en schrijven als reisschrijver, met beeldende en persoonlijke artikelen die variëren van budget-backpacken in Vietnam tot luxe resorts op de Malediven. Hij reist het liefst zonder plan, want de beste verhalen ontstaan volgens hem op de plekken waar je per ongeluk terechtkomt. Zijn rugzak bevat altijd meer camera-apparatuur dan kleding, en hij is de enige reiziger die je kent die eerder zijn lensdop kwijtraakt dan zijn paspoort. Kai gelooft dat een goed reisverhaal niet alleen vertelt waar je moet zijn, maar hoe het voelt om er te zijn.