Griekenland trekt elk jaar meer dan 35 miljoen bezoekers. Een groot deel daarvan belandt op Santorini of Mykonos, twee eilanden die zo populair zijn geworden dat de dorpjes in de zomer amper meer te genieten zijn. Wie een stap opzij zet, vindt eilanden die even spectaculair zijn - met net zulk kristalhelder water en net zulke witte dorpjes - maar zonder de ellenlange rijen bij zonsondergangen en hotelprijzen die de pan uit rijzen.
Vier eilanden die dat bewijs leveren.
Naxos: het grootste eiland dat iedereen overslaat
Naxos is het grootste eiland van de Cycladen en ligt amper een halfuur varen van Paros. Toch trekt het eiland maar een fractie van de bezoekers die Mykonos of Santorini jaarlijks verwelkomen. Dat is onbegrijpelijk als je de Portara ziet: de imposante marmeren poort van een onvoltooide Apollotempel die al tweeduizend jaar aan de kust staat en elke avond oplicht in de ondergaande zon.
Naxos heeft ook wat de andere Cycladische eilanden missen: een vruchtbaar binnenland. Lokale boeren verbouwen er aardappels, en de Naxiaanse kaas (graviera) is een beschermd product. De stranden aan de westkust, zoals Plaka en Agios Prokopios, horen tot de mooiste van het Middellandse Zeegebied - kilometers breed, fijn zand, turkoois water.
Overnachten kost er gemiddeld 30 tot 40 procent minder dan op Mykonos. Dat alleen al maakt een week Naxos de moeite waard.
Paros: pittoresk en een stuk goedkoper dan zijn buurman
Paros ligt vlak naast Mykonos. Dat is de reden dat veel toeristen er doorheen varen zonder te stoppen, op weg naar de beroemdere buur. Maar Paros is in bijna elk opzicht aangenamer.
Het vissersdorpje Naoussa, aan de noordkust, is hoe mensen zich Griekenland voorstellen: smalle straatjes met bougainvillea, taverna's aan het water, vissersboten die 's ochtends binnenkomen. Zonder de cocktailbar op elke hoek en zonder de menigte die overal dezelfde foto staat te maken.
Paros is ook een goede basis voor watersport. De baai van Parikia staat bekend om zijn wind en telt verscheidene windsurf- en kitesurfscholen. En voor wie daarna wil neerploffen: de stranden van Kolymbithres, gevormd door grote granietblokken, zijn iets volkomen anders dan het gebruikelijke strandstoelen-en-parasols verhaal.
Wil je op het eiland ook echt eten als de Grieken doen? Lees dan ook ons artikel over eten als de locals voor concrete tips die op elk Grieks eiland werken.
Lefkada: een eilandgevoel zonder veerboot
Lefkada behoort tot de Ionische eilanden, een eilandengroep aan de westkust van Griekenland. Het verschil met de Cycladen is direct voelbaar: Lefkada is groener, de heuvels zijn begroeid met olijfgaarden en pijnbossen, en de architectuur heeft een Venetiaanse invloed die je op Mykonos nergens tegenkomt.
Wat Lefkada uniek maakt, is de toegankelijkheid: het eiland is via een brug en een dam verbonden met het Griekse vasteland. Je rijdt er gewoon naartoe. Geen veerboot nodig, geen vertraging, geen strandstoel die voor het ontbijt al gereserveerd moet worden.
De stranden Porto Katsiki en Egremni staan met regelmaat in ranglijsten van mooiste stranden ter wereld. Porto Katsiki, bereikbaar via een steile trap aan de klifzijde, heeft turkoois water en een dramatisch rotsprofiel dat je niet snel vergeet. Egremni is amper bereikbaar over de weg, waardoor er nooit grote mensenmassa's zijn.
Samos: ruïnes, wijn en onverwachte stilte
Samos ligt dicht bij de Turkse kust. Zo dicht dat je vanuit Pythagoreion - de stad vernoemd naar de wiskundige die hier werd geboren - de Turkse kustlijn kunt zien. Die ligging geeft Samos een bijzonder karakter: volledig Grieks, maar met een kosmopolitische rand die de andere eilanden missen.
Het Heraion, een tempel voor de godin Hera en UNESCO-beschermd monument, is een van de indrukwekkendste antieke complexen van het Egeïsche gebied. Er staan minder toeristen voor een selfie dan op de Akropolis, wat het bezoek er aanmerkelijk aangenamer op maakt. Samos produceert ook bekende wijnen - met name zoete muskaatwijnen die buiten Griekenland relatief onbekend zijn maar plaatselijk hoog gewaardeerd worden.
Als je ook open staat voor bestemmingen buiten Griekenland, is Albanië een verrassende optie die qua sfeer aan Samos doet denken: prachtig, betaalbaar en nog niet ontdekt door de grote massa.
Wanneer ga je?
Mei en september zijn de beste maanden voor al deze eilanden. De temperaturen liggen op 22 tot 27 graden, de zomerdrukte is er nog niet of al voorbij, en hotels zijn 20 tot 40 procent goedkoper dan in juli en augustus. Directe vluchten vanuit Amsterdam of Rotterdam zijn er voor alle vier de eilanden; Lefkada heeft als extra optie de autoroute via Noord-Italië en de Balkan.
Juli en augustus zijn technisch ook prima, maar de stiltevoordelen van deze eilanden nemen dan af. De toeristen die Santorini ontvluchten, hebben Paros en Naxos inmiddels ontdekt. In mei en september ben je ze nog voor.
Dit duurt niet eeuwig
De eilanden op deze lijst zijn rustig, maar voor hoe lang? Overtourism verspreidt zich gestaag. Vijf jaar geleden was Albanië nog volledig onbekend bij Nederlandse reizigers, en nu staan er al meerdere artikelen over op elke reisblog. Naxos en Paros beginnen ook in de radar van reismagazines te verschijnen.
Wie nu gaat, vindt de Griekenland-ervaring die mensen vroeger beschreven als ze over Santorini vertelden: mooie plaatsen, vriendelijke mensen, goedkoop eten, en niemand die je op de foto staat te dringen. Over een jaar of vijf is er geen garantie meer dat dit nog zo is.
Twijfel je nog steeds tussen Griekenland en een andere bestemming in de regio? Een reis naar de Spaanse Balearen biedt een interessant vergelijkingsmateriaal voor sfeer, kosten en klimaat.